Gezonde personen ouder dan 12 maanden Patiënten met een hoog risico om een ernstige vorm van varicella te krijgen, zoals patiënten met acute leukemie, patiënten met een chronische aandoening, patiënten onder immunosuppressieve behandeling of patiënten bij wie een orgaantransplantatie voorzien wordt Gezonde personen die in nauw contact leven met patiënten met varicella en met hoogrisicopatiënten
Kinderen van 12 maanden tot 12 jaar 2 dosissen De tweede dosis minstens 6 weken, maar in geen geval minder dan 4 weken, na de eerste dosis toedienen Adolescenten > 13 jaar en volwassenen 2 dosissen Tussen de 2 dosissen moet een tussentijd van minstens 6 weken, maar in geen geval minder dan 4 weken, in acht worden genomen Toedieningswijze Subcutane injectie. De voorkeursinjectieplaats is de deltoïdspier van de bovenarm
Welke stoffen zitten er in Varilrix? De werkzame stof is een levend, verzwakt waterpokkenvirus (OKA-stam, geproduceerd in MRC-5 diploïde menselijke cellen). Elke dosis van 0,5 ml van het gereconstitueerde vaccin bevat niet minder dan 103,3 PFU (plaquevormende eenheden) van het waterpokkenvirus. De andere stoffen in dit vaccin zijn: Poeder: aminozuren (bevatten fenylalanine), lactose watervrij, sorbitol (E 420), mannitol (E 421). Oplosmiddel: water voor injecties.