Spot-on gebruik. Toedienen op de huid aan de basis van de nek, net voor de schouderbladen. Het diergeneesmiddel dient als een eenmalige enkelvoudige dosis toegediend te worden in een minimum dosering van 6 mg selamectine per kg lichaamsgewicht. Wanneer meerdere besmettingen of infecties tegelijkertijd bij hetzelfde dier behandeld worden met het diergeneesmiddel, dient slechts één toediening plaats te vinden met de aanbevolen dosering van 6 mg/kg. De lengte van de behandelingsperiode voor de individuele parasieten wordt hieronder weergegeven. Dien het diergeneesmiddel topicaal toe volgens onderstaande tabel: Katten (kg) Kleur van de pipetdop Toegediende mg selamectine Concentratie (mg/ml) Toegediend volume (nominale maten van de pipet - ml) ≤ 2,5 Roze 15 60 0,25 2,6-7,5 Blauw 45 60 0,75 7,6 – 10,0 Grijsbruin 60 60 1,0 10 Juiste combinatie van pipetten 60 Juiste combinatie van pipetten Honden (kg) Kleur van de pipetdop Toegediende mg selamectine Concentratie (mg/ml) Toegediend volume (nominale maten van de pipet - ml) ≤ 2,5 Roze 15 60 0,25 2,6-5,0 Violet 30 120 0,25 5,1-10,0 Bruin 60 120 0,5 10,1-20,0 Rood 120 120 1,0 20,1-40,0 Groen 240 120 2,0 40,1 – 60,0 Paars 360 120 3,0 60 Juiste combinatie van pipetten 60/120 Juiste combinatie van pipetten Behandeling en preventie van vlooienbesmettingen (katten en honden) Dieren ouder dan 6 weken: Na toediening van het diergeneesmiddel aan het dier worden volwassen vlooien en larven gedood en geen levensvatbare vlooieneitjes meer geproduceerd. Dit maakt een einde aan de vermenigvuldiging van de vlooien en kan een hulpmiddel zijn om een in de omgeving aanwezige vlooienbesmetting te bestrijden in ruimtes waar het dier mag komen. Om de preventie van besmettingen door vlooien te garanderen, moet het diergeneesmiddel tijdens het vlooienseizoen iedere maand aan het dier worden toegediend. Eén maand voordat de vlooien actief worden, moet al met de behandeling worden gestart. Dit zorgt ervoor, dat de vlooien die het dier besmetten, worden gedood, er geen levensvatbare eitjes geproduceerd worden door deze vlooien en de larven (die uitsluitend in de omgeving voorkomen) ook worden gedood. Dit doorbreekt de levenscyclus van de vlo en voorkomt besmettingen door vlooien. Voor gebruik als onderdeel van de behandelingsstrategie bij vlooienallergie-dermatitis dient het diergeneesmiddel met maandelijkse intervallen te worden gegeven. Behandeling van drachtige en lacterende dieren ter preventie van besmetting met vlooien van puppy's en kittens: Door middel van een reductie van de vlooienpopulatie draagt maandelijkse behandeling van drachtige en lacterende dieren bij aan de preventie van vlooienbesmettingen in het nest tot een leeftijd van zeven weken. Preventie van hartwormziekte (katten en honden) Het diergeneesmiddel kan het hele jaar door toegediend worden of ten minste binnen een maand nadat het dier voor het eerst aan muggen is blootgesteld en daarna elke maand tot het einde van het muggenseizoen. De laatste dosis moet binnen een maand nadat het dier voor het laatst aan muggen blootgesteld was, worden gegeven. Indien een dosis gemist wordt en de tussenperiode van een maand overschreden wordt, zal onmiddellijke toediening van het diergeneesmiddel en hervatten van de maandelijkse dosering de kans op de ontwikkeling van volwassen hartwormen minimaliseren. De eerste dosis van het diergeneesmiddel moet, wanneer een ander diergeneesmiddel in een programma ter voorkoming van hartwormziekte vervangen wordt, binnen een maand na de laatste dosis van het vorige medicament gegeven worden. Behandeling van spoelworminfecties (katten en honden) Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel toedienen. Behandeling van infecties met bijtende luizen (katten en honden) Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel toedienen. Behandeling van oormijtinfecties (katten) Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel toedienen. Behandeling van oormijtinfecties (honden) Een enkelvoudige dosis van het diergeneesm