Voor de behandeling van tekeninfestaties (Dermacentor reticulatus, Ixodes hexagonus, Ixodes ricinus en Rhipicephalus sanguineus). Het diergeneesmiddel heeft een onmiddellijke en aanhoudende teken dodende werking gedurende tenminste 5 weken. Voor de behandeling van vlooieninfestaties (Ctenocephalides felis en Ctenocephalides canis). Het diergeneesmiddel heeft een onmiddellijke en aanhoudende vlo dodende werking tegen nieuwe infestaties gedurende tenminste 5 weken. Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen vlooienallergiedermatitis (VAD). Voor de behandeling van sarcoptesschurft (Sarcoptes scabiei). Voor de behandeling van oormijtinfestaties (Otodectes cynotis). Voor de behandeling van demodicose (Demodex canis). Voor vermindering van het risico op infectie met Babesia canis canis via overdracht door Dermacentor reticulatus gedurende 28 dagen na de behandeling. Het effect is indirect door de werkzaamheid van het diergeneesmiddel tegen de vector. Vlooien en teken moeten aanhechten aan de gastheer en beginnen met voeden om blootgesteld te worden aan het werkzame bestanddeel.
Oraal gebruik. Tabletten kunnen met of zonder voedsel worden toegediend. Het diergeneesmiddel dient te worden toegediend in een dosering van 2-4 mg/kg lichaamsgewicht volgens onderstaande tabel: Lichaamsgewicht (kg) Tablet sterkte (mg sarolaner) Aantal tabletten dat moet worden toegediend 1,3–2,5 5 Eén 2,5–5 10 Eén 5–10 20 Eén 10–20 40 Eén 20–40 80 Eén 40–60 120 Eén 60 Juiste combinatie van tabletten Gebruik een juiste combinatie van beschikbare sterkten om de aanbevolen dosering van 2-4 mg/kg te bereiken. Om een juiste dosering te waarborgen, dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden. De tabletten van dit diergeneesmiddel zijn smakelijke kauwtabletten die door honden gemakkelijk worden opgenomen wanneer deze worden aangeboden door de eigenaar. Als de tablet niet vrijwillig wordt opgenomen kan de tablet ook met voedsel of direct in de mond gegeven worden. De tabletten mogen niet worden gebroken. Behandelschema: Voor een optimale controle van teken- en vlooieninfestaties dient het diergeneesmiddel gedurende het vlooien-en/of tekenseizoen continu met maandelijkse intervallen te worden toegediend, gebaseerd op de lokale epidemiologische situatie. Voor de behandeling van oormijtinfestaties (Otodectes cynotis) moet een enkelvoudige dosis worden toegediend. Een diergeneeskundig vervolgonderzoek is aanbevolen 30 dagen na de behandeling aangezien bij sommige dieren een tweede behandeling nodig kan zijn. Voor de behandeling van sarcoptes schurft (veroorzaakt door Sarcoptes scabiei var. canis) dient gedurende twee opeenvolgende maanden een enkelvoudige dosis te worden toegediend met een interval van een maand. Voor de behandeling van demodicose (veroorzaakt door Demodex canis) is toediening van een maandelijkse enkelvoudige dosis gedurende 3 opeenvolgende maanden effectief en leidt tot een duidelijke verbetering van de klinische verschijnselen. De behandeling moet worden voortgezet tot de huidafkrabsels negatief zijn bij tenminste twee opeenvolgende gelegenheden met een interval van 1 maand. Aangezien demodicose een multifactoriële ziekte is, wordt aanbevolen om ook eventuele onderliggende ziektes op gepaste wijze te behandelen.