Doeldieren : honden en katten Het diergeneesmiddel is geïndiceerd voor therapeutisch gebruik bij honden en katten als kortwerkend, intraveneus anestheticum voor algemene anesthesie met een korte ontwaakfase: - voor kortdurende ingrepen, die maximaal ongeveer 5 minuten duren. - voor de inductie van algemene anesthesie die in stand wordt gehouden door inhalatieanesthetica. - voor de inleiding en het kortdurend onderhouden van algemene anesthesie door stapsgewijze toediening van doses van dit product tot het gewenste effect is bereikt, voor een duur van ongeveer een half uur (30 minuten),
Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen Het diergeneesmiddel is een steriel product voor intraveneuze toediening. Dosering voor inductie: De dosis voor inductie wordt berekend op basis van het lichaamsgewicht en kan over een periode van 10 – 40 seconden worden toegediend tot het gewenste effect is bereikt. Zie rubriek 6. Het gebruik van pre-anesthesiemiddelen kan de benodigde hoeveelheid propofol significant verlagen. Net als bij andere sedatieve hypnotica het geval is, heeft de hoeveelheid premedicatie met opioïden, α-2-agonisten en/of benzodiazepinen invloed op de respons van de patiënt op een inductiedosis van het diergeneesmiddel. Wanneer dieren premedicatie met een α-2-agonist, bijv. medetomidine, hebben gehad, dient de dosis propofol (net als bij elk ander intraveneus anestheticum) te worden verlaagd met een percentage tot 85% (bijv. van 6,5 mg/kg zonder premedicatie tot 1,0 mg/kg met premedicatie met een α-2- agonist bij honden). De gemiddelde inductiedosis voor honden en katten, zonder premedicatie of met premedicatie met een non-α-2-agonist-kalmeringsmiddel zoals acepromazine, wordt in de volgende tabel weergegeven. Deze doses dienen uitsluitend als richtlijn; de werkelijke dosis dient gebaseerd te zijn op de respons van het betreffende dier. Zie rubriek 5. Dosis mg/kg lichaamgewicht Dosisvolume ml/kg lichaamsgewicht HONDEN Zonder premedicatie Met premedicatie: met non-α-2 agonist met α-2 agonist 6,5 mg/kg 4,0 mg/kg 1,0 mg/kg 0,65 ml/kg 0,40 ml/kg 0,10 ml/kg KATTEN Zonder premedicatie Met premedicatie: met non-α-2 agonist met α-2 agonist 8,0 mg/kg 6,0 mg/kg 1,2 mg/kg 0,80 ml/kg 0,60 ml/kg 0,12 ml/kg Dosering voor onderhoud: Wanneer de anesthesie wordt onderhouden door stapsgewijze injecties, zal de dosering per dier variëren. Verhoog de dosering van het diergeneesmiddel stapsgewijs tot het gewenste effect is bereikt door een lage doses van ongeveer 0,1 ml/kg lichaamsgewicht (1,0 mg/kg lichaamsgewicht) te geven wanneer de anesthesie na de inductiedosis te licht wordt. Deze doses kunnen zo vaak als nodig is worden herhaald, waarbij telkens 20 – 30 seconden moet worden gewacht om het effect te beoordelen voordat meer injecties worden toegediend. De ervaring heeft geleerd dat een dosering van ongeveer 1,25 – 2,5 mg (0,125 – 0,25 ml) per kg lichaamsgewicht de anesthesie onderhoudt gedurende maximaal 5 minuten. Continue en langdurige blootstelling (langer dan 30 minuten) kan ertoe leiden dat het dier langzamer ontwaakt, vooral bij katten. Zie rubriek 5 en 12.