zwangerschap - eerste fase van de arbeid dilatatiefase vóór de passage van het hoofd (Methergin mag niet worden gebruikt om de arbeid te induceren of te stimuleren) - ernstige hypertensie - pre-eclampsie en eclampsie - oblitererende vaatziekten (inclusief ischemische hartaandoening) - toestand van sepsis - gekende overgevoeligheid voor methylergometrine, andere moederkoornalkaloïden of voor een ander bestanddeel van Methergin.
Actieve leiding van de bevalling na de geboorte van het hoofd of bij de doorgang van de eerste schouder (om de uitdrijving van de placenta te stimuleren en het bloedverlies te verminderen Uterusatonie/bloedingen, optredend tijdens of na de bevalling, bij keizersnede (na extractie van het kind) of na abortus Subinvolutie, lochiometra, puerperale bloedingen
Actieve leiding van de bevalling 1/2 tot 1 ml (0,1 tot 0,2 mg) traag i.v. bij de geboorte van het hoofd of bij de doorgang van de eerste schouder of later, zodra de uitdrijving voltooid is. De placenta komt doorgaans los na de eerste sterke contractie en moet in de hand worden gewerkt door het uitpersen van de baarmoeder Bevalling onder algemene anesthesie: 1 ml (0,2 mg) i.v Uterusatonie/bloedingen 1 ml (0,2 mg) i.m. of 1/2 tot 1 ml (0,1 tot 0,2 mg) bij trage i.v Zo nodig, te herhalen alle 2 tot 4 uur tot 5 doses per 24 uur Subinvolutie/lochiometra/puerperale bloedingen 1/2 tot 1 ml (0,1 tot 0,2 mg) s.c. of i.m. tot driemaal per dag Toedieningswijze Intraveneuze injecties dienen traag te gebeuren in minstens 60 seconden met controle van de bloeddruk. Men dient intra- en peri-arteriële injecties te vermijden
De werkzame stof in Methergin is methylergometrinemaleaat: 1 ml oplossing voor injectie bevat 0,2 mg methylergometrinemaleaat. De andere stoffen in Methergin zijn : appelzuur, natriumchloride en water voor injectie.