• Overgevoeligheid voor verapamil of voor één van de hulpstoffen • Cardiogene shock of ernstige hypotensie • Recent myocardinfarct gepaard gaande met verwikkelingen • A.V. blok van graad II of III, behalve bij patiënten met een pacemaker • Sinusknoop syndroom (bradycardie-tachycardie syndroom), behalve bij patiënten met een pacemaker • Congestieve hartinsufficiëntie • Supraventriculaire fibrillatie/flutter gepaard gaande met een preëxcitatie syndroom, bijvoorbeeld Wolf-Parkinson-White of Lown-Ganong-Levine syndroom.
Volwassenen 1 tablet 's morgens Indien nodig, 's avonds bijkomend 1/2 - 1 tablet Max. 2 tabletten /dag, tenzij kortstondige verhoging indien de toestand van de patiënt het vereist Toedieningswijze De tabletten zonder kauwen met een weinig vloeistof inslikken Liefst bij of kort na het eten 12 u wachten tussen 2 innames
Welke stoffen zitten er in dit middel? De werkzame stof in dit middel is verapamil (in de vorm van verapamil hydrochloride). Eén tablet bevat 240 mg verapamil hydrochloride. De andere hulpstoffen zijn: Kern van de tablet: Microkristallijne cellulose – natriumalginaat – povidon – magnesiumstearaat – gepurifieerd water. Omhulling van de tablet: Hypromellose 2910 – Macrogol 400 – Macrogol 6000 – Talk – Titanium dioxide (E171) – lak [Quinoleine geel (E104); indigotine (E132)] – Cera E (derog 42 / 481).