Vaminolact is een oplossing voor infusie. Vaminolact is een mengsel van aminozuren (de bouwstenen voor eiwitten) en is een zogenoemde parenterale voeding (voeding via een ader). Vaminolact wordt gebruikt wanneer de enterale aanvoer (via de mond) van proteïnen onvoldoende is, onmogelijk of ongewenst. Gezien zijn specifieke aminozuursamenstelling, gebaseerd op de samenstelling van moedermelk, is Vaminolact bijzonder aangewezen bij kinderen (prematuren, pasgeborenen en jonge kinderen).
Hoe gebruikt u dit middel? Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Vaminolact wordt via een infuus direct in de bloedbaan gebracht. Bij gebruik bij pasgeborenen en kinderen jonger dan 2 jaar moet de oplossing (in zakken en toedieningssets) tegen blootstelling aan licht worden beschermd totdat de toediening is voltooid (zie rubriek 2). De juiste hoeveelheid toe te dienen oplossing zal berekend worden op basis van uw gewicht en op basis van de precieze hoeveelheid stikstof of eiwit die men wenst te geven. De gebruikelijke hoeveelheid bedraagt 10 à 35 ml/kg/dag Vaminolact. De perfusie moet minstens 8 uur duren en bij de pasgeborene (zowel premature als à terme) moet men de toe te dienen hoeveelheid geleidelijk tot het maximale volume brengen door geleidelijke verhoging tijdens de eerste levensweek. Dit komt erop neer dat het toedieningsritme van maximum 0,075ml/kg/min (overeenstemmend met 35 ml/kg/8u) nooit mag overschreden worden. Uw arts zal u vertellen hoe lang u Vaminolact moet gebruiken. Bent u vergeten dit middel te gebruiken? Niet van toepassing Als u stopt met het gebruik van dit middel Niet op eigen initiatief stoppen. Overleg altijd met uw arts, indien u overweegt om te stoppen. Heeft u te veel van dit middel gebruikt? Men moet geen overdosering vrezen indien de oplossing wordt toegediend zoals aanbevolen. Indien een overdosering optreedt, uit die zich meestal door tekenen van volumeopstapeling (hypervolemie) en in het bijzonder door tekenen van hartfalen (hartdecompensatie). Misselijkheid (nausea), braken samen met zweten en blozen kunnen voorkomen. Deze symptomen en tekenen eisen het stopzetten van de toediening, tenminste een gevoelige vermindering van het toedieningsritme.
De werkzame stoffen in dit middel zijn: Per 1000 ml oplossing: l-alanine 6,3 g l-arginine 4,1 g l-asparaginezuur 4,1 g l-cysteïne/l-cystine 1,0 g l-fenylalanine 2,7 g l-glutaminezuur 7,1 g glycine 2,1 g l-histidine 2,1 g l-isoleucine 3,1 g l-leucine 7,0 g l-lysine monohydraat overeenkomend met l-lysine 5,6 g l-methionine 1,3 g l-proline 5,6 g l-serine 3,8 g taurine 0,3 g l-threonine 3,6 g l-tryptofaan 1,4 g l-tyrosine 0,5 g l-valine 3,6 g pH 5,2 Energetische waarde: 1,0 MJ/l (240 kcal/l) Totale hoeveelheid aminozuren: 65,3 g/l Waarvan essentiële aminozuren: 31,9 g/l Stikstofgehalte: 9,3 g/l Osmolaliteit: 510 mosmol per kg water De andere stoffen zijn : water voor injecties.