Behandeling van de klinische symptomen en om de plasmaspiegels van GH en IGF 1 te doen dalen acromegaliepatiënten bij wie met heelkunde of radiotherapie onvoldoende resultaat bereikt werd Verlichten van symptomen van de volgende functionele gastro-entero-pancreatische endocriene tumoren Carcinoïdtumoren met symptomen van het carcinoïd syndroom VIP-tumoren Glucagonoma's Gastrinoma's /syndroom van Zollinger-Ellison, doorgaans in combinatie met protonpomp inhibitoren of H2 - blokkers Insulinoma's, voor de pre-operatieve controle van de hypoglycemie en voor de onderhoudsbehandeling GRF-tumoren Behandeling van externe fistels van de pancreas en de proximale dunne darm Controle van AIDS-gerelateerde refractaire diarree Preventie van verwikkelingen na pancreaschirurgie bij patiënten met pancreastumoren, peri-ampullaire tumoren en chronische pancreatitis, die een pancreatectomie of een pancreaticojejunostomie ondergaan Urgente behandeling van bloedingen van gastro-oesofagale varices bij cirrose patiënten, wanneer sclerotherapie niet toepasbaar is
Acromegalie Begindosis: 0,05-0,1 mg om de 8 à 12 u via subcutane injectie Het aanpassen van de dosis moet gebeuren op basis van een maandelijkse evaluatie van de GH en IGF-1 plasmaspiegels Optimale dosis: 0,3 mg per dag. Maximale dosis: 1,5 mg per dag GEP endocriene tumoren Begindosis: subcutane injectie van 0,05 mg, 1 tot 2 maal per dag. De dosis kan progressief worden verhoogd tot 0,1-0,2 mg driemaal per dag Entero-cutane en pancreasfistels Gebruikelijke gemiddelde dosis: 0,1 mg 3 maal per dag via subcutane injectie AIDS-gerelateerde refractaire diarree Optimale initiële dosis: 0,1 mg 3 maal per dag, toegediend via subcutane injectie. Indien na één week behandeling de diarree niet onder controle is, kan men, op individuele basis, de dosis verhogen tot 0,25 mg 3 maal per dag via subcutane injectie Indien er na één week behandelen met 0,25 mg 3 maal per dag geen verbetering is, moet de behandeling met Sandostatine worden stopgezet Verwikkelingen na pancreaschirurgie 0,1 mg 3 maal per dag via subcutane injectie gedurende 7 dagen, te beginnen de dag van de operatie, minimum 1 uur voor de laparotomie Bloedingen van gastro-oesofagale varices Aangewezen dosis: 25 µg/uur, als een continue intraveneuze infusie. Sandostatine kan verdund met een fysiologische zoutoplossing worden toegediend
Welke stoffen zitten er in Sandostatine? De werkzame stof in Sandostatine is octreotide. Sandostatine 100 microgram: 1 ml oplossing bevat 100 microgram octreotide. Sandostatine 500 microgram: 1 ml oplossing bevat 500 microgram octreotide. De andere stoffen in Sandostatine zijn: melkzuur, mannitol (E421), natriumhydrogenocarbonaat, water voor injectie.