Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen , waaronder tetanustoxoïd. Zoals bij alle vaccins, moet de toediening van NeisVac-C worden uitgesteld bij personen die lijden aan een acute, met koorts gepaard gaande, ernstige ziekte.
Primovaccinatie Twee doses van elk 0,5 ml met een interval van ten minste 2 maanden Enkelvoudige dosis van 0,5 ml Boosterdoses Na beëindiging van de primaire immunisatie bij zuigelingen met een leeftijd van 2 tot 12 maanden moet een boosterdosis gegeven worden op ongeveer 12-13 maanden leeftijd met een interval van minstens 6 maanden na de laatste NeisVac-C vaccinatie. Toedieningswijze Het vaccin moet intramusculair worden geïnjecteerd, bij voorkeur aan de anterolaterale zijde van de dij bij zuigelingen en in de deltaspier bij oudere kinderen, jongvolwassenen en volwassenen Bij kinderen met een leeftijd van 12 tot 24 maanden mag de inenting worden uitgevoerd in de deltaspier of aan de anterolaterale zijde van de dij
Welke stoffen zitten er in dit vaccin? De werkzame stof in één dosis (0,5 milliliter) van het vaccin is 10 microgram Neisseria- meningitidispolysacharide (O-gedeacetyleerd) van groep C (C11-stam), geconjugeerd aan 10 tot 20 microgram van een eiwit, tetanustoxoïd genaamd, en geadsorbeerd aan gehydrateerd aluminiumhydroxide (0,5 milligram Al3+). De andere stoffen in dit vaccin zijn natriumchloride (keukenzout), water voor injecties en gehydrateerd aluminiumhydroxide. Dit vaccin bevat gehydrateerd aluminiumhydroxide als adsorberende stof om de beschermende effecten van het vaccin te verbeteren en/of te verlengen.