Dit medicijn wordt gebruikt om de lichaamsvochten te herstellen en opnieuw in evenwicht te brengen in geval van: normaal vochtverlies, via de ademhaling, transpiratie en uitscheiding van urine; te groot vochtverlies (lichte uitdroging) met verzuring van het bloed (metabole acidose), bijvoorbeeld door een fistel, brandwonden, koorts of braken. Dit medicijn dekt de normale behoefte van het lichaam aan water, minerale zouten en energie (calorieën).
Hoe krijgt u dit medicijn toegediend? GLUCION 10 % wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand, uw hydratatietoestand (hoeveelheid water in uw lichaam) en de reden voor behandeling. De dosering kan ook afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen. De aanbevolen dosering is 2500 tot 3000 ml per dag voor volwassenen. Het medicijn wordt doorgaans met een snelheid van 4 tot 6 ml per minuut toegediend. Om na te gaan of deze dosis wel goed aangepast is, zal uw arts regelmatig bloed- en urineanalyses laten uitvoeren, vooral tijdens de eerste uren van het infuus. Uw arts kan op die manier zo nodig uw dosis aanpassen. Vóór en tijdens de infusie zal uw arts de volgende zaken opvolgen: volume lichaamsvocht de zuurgraad van uw bloed en urine de hoeveelheid elektrolyten in uw lichaam (voornamelijk natrium, bij patiënten met hoge waarden van het hormoon vasopressine of bij patiënten die andere medicijnen nemen die de werking van vasopressine verhogen).
Welke stoffen zitten er in dit medicijn? De werkzame stoffen in dit medicijn zijn: glucosemonohydraat, natriumlactaat 60% (pH 5,3), natriumchloride, dikaliumfosfaat, kaliumchloride, melkzuur, magnesiumchloridehexahydraat. De andere stoffen (hulpstoffen) in dit medicijn zijn: water voor injecteerbare bereiding, zoutzuur (de hoeveelheid die nodig is om de pH aan te passen).